UA-118292059-1

Monthly Archives: september 1995

Stalin’s Wizzkids

Eens waren het de luxe-steden van de Soviet Unie. Afgezonderd van de buitenwereld werkten er duizenden onderzoekers aan geheime defensie-opdrachten. Maar sinds het einde van de koude oorlog zitten vele wetenschappers zonder baan. Met westers geld kan de science cities nieuw leven ingeblazen worden. Risk-money voor Russische wizz-kids!

Eerder gepubliceerd in Management Team (1995)

Op de vergadertafel in het gemeentehuis van Obninsk liggen ansichtkaarten en speldjes. “Neem mee!” zegt burgemeester Mikhail Shubin met een royaal gebaar. Vooral het speldje is opvallend. Behalve het beeldmerk van de stad, een getekend atoom, is er de afbeelding van een kerncentrale in gegraveerd. Ook op de prenten presenteert de gemeente zich trots als nucleaire industriestad. City marketing à la Russe.

Obninsk heeft een bijzonder verhaal om buitenlandse investeerders aan te trekken. De plaats is kort na de tweede wereldoorlog ontstaan, toen het Rode Leger een bestemming zocht voor krijgsgevangen kernfysici. In opdracht van Stalin werkten deze Duitse wetenschappers samen met hun Russische collega’s  aan een geheim project. Met succes. In 1954 was het kleine dorpje Obninsk, honderd kilometer ten zuidwesten van Moskou, de eerste gemeente ter wereld die haar stroom betrok van een echte kernreactor. 

Rond de atoomcentrale van Obninsk is nadien een complete wetenschapsstad gebouwd, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Veertig jaar na dato wonen er ruim honderdduizend mensen, die direct en indirect afhankelijk zijn van dertien defensie-instituten. Tot voor kort leefden de bewoners van Obninsk in welvaart, dankzij een constante stroom opdrachten uit Moskou. Maar sinds het uiteenvallen van de Soviet Unie is er nauwelijks nog geld voor onderzoek. Veel werknemers zijn ontslagen, en een groot deel van de resterende wetenschappers is met onbetaald verlof gestuurd. De gemeenschap dreigt te verpauperen, tenzij zich nieuwe opdrachtgevers melden. En daar is burgemeester Shubin naar op zoek. 

Roodmerk

Eén van de wetenschappers die op vakantie mocht, is Andrei Selounski. Aanvankelijk probeerde deze ingenieur als materiaaldeskundige zijn kennis te verzilveren, maar er bleek onvoldoende belangstelling voor zijn keramische verbrandingsmotor. De ondernemerservaring die hij al doende opdeed, bleef echter niet onbenut. Sinds kort is Selounski directeur van Cyco Russia, een bedrijf dat software ontwikkelt voor onder andere technical documentation management.

De software van Cyco Russia wordt gebruikt door ruim 180.000 klanten wereldwijd. In het westen zou zo’n bedrijf in een glazen paleis gevestigd zijn, maar de veertien Russische programmeurs zijn gehuisvest in twee kleine appartementen die hun beste jaren al gehad lijken te hebben. De enige zichtbare luxe is een koffiezetapparaat van Douwe Egberts en enkele pondspakken Roodmerk in de keuken. Toch zijn de wizz-kids in Obninsk uitgesproken tevreden over hun arbeidsomstandigheden. Ze hebben immers een vaste baan en naar lokale maatstaven een prima inkomen. Bovendien reizen ze regelmatig naar het westen om bijgeschoold te worden door hun Nederlandse collega’s. Cyco Russia is namelijk een dochteronderneming van Cyco Software in Rijswijk.

Geheel soepel verloopt de kennisuitwisseling tussen Nederland en Rusland niet, vertelt Rob Steenbrink, verantwoordelijk voor produktontwikkeling bij Cyco Software. Het kost hem elke keer veel moeite om visa te krijgen bij de Nederlandse overheid, die blijkbaar bang is dat de jonge Russen na de training niet terugkeren naar hun moederland. Die vrees is echter ongegrond. De laatste lichting nam op de terugreis zelfs een Nederlandse Lada mee naar huis, volgeladen met lekkernijen en luxe-artikelen. Dat verklaart de aanwezigheid van Hollandse koffie in Obninsk.

Programmeurs

Wat heeft een Nederlands bedrijf als Cyco eigenlijk te zoeken in het verre Rusland? “Hooggeschoolde software-specialisten,” verduidelijkt Steenbrink. “Er zijn twee landen waar opvallend veel goed opgeleide programmeurs te vinden zijn: India en Rusland. Dat heeft te maken met de tradities in exacte wetenschappen. Russische programmeurs hebben hun vaardigheden bovendien aangeleerd op uiterst schaarse apparatuur. Ze zijn daardoor zeer behendig en bedreven in het beschrijven van de programmatuur die ze ontwikkelen.”

Bijkomend voordeel van een Russische vestiging is het de relatief lage inkomensniveau. Een prima programmeur in Obninsk kost Cyco slechts een paar honderd dollar per maand. Maar tegenover de lage arbeidskosten staan hoge managementuitgaven, verduidelijkt Henk Uittenbogaard, directeur van Cyco Holding. Een dochteronderneming in Rusland vergt heel veel tijd. Huisvesting is slechts één van de vele problemen die om een oplossing vragen. Uittenbogaard vertelt van westerse plannen om in Obninsk een winkelcentrum met kantoren te bouwen, maar de lokale overheid moet nog even wennen aan al die ondernemingslust. 

Typerend is de aarzelende bevestiging van burgemeester Shubin dat Cyco Russia een van de eerste ondernemingen in Rusland was die volledig in buitenlandse handen is. Zijn aarzeling is wel te begrijpen, want de Russische wetgeving is nog uiterst vaag over zaken als zeggenschap, winstbestemming en belasting. Zo beweert Shubin stellig dat Obninsk samen met andere wetenschapssteden belastingvrijheid te bieden heeft aan vestigingen van westerse ondernemingen, maar onduidelijk is of hogere overheden dezelfde zekerheid geven.

Directie-Mercedessen

Lodewijk Wolff glimlacht als hij hoort dat Obninsk belastingvrijheid biedt aan buitenlandse ondernemers. “Dat is één van de suggesties die ik mijn vriend Shubin gedaan heb om westerse investeringen te stimuleren.” De Eindhovense ingenieur is al sinds 1988 een regelmatige bezoeker van de toen nog gesloten stad. “Ik werd destijds op een congres in Amerika benaderd door collega’s van het Institute of Physics and Power Engineering uit Obninsk. Zij zochten een westerse partner voor de commercialisatie van hun vindingen. Dat ze mij daarover aanspraken was toeval, want ik had me per vergissing met een visitekaartje van mijn eigen bedrijf voorgesteld en niet als medewerker van de Technische Universiteit Eindhoven. In hun ogen was ik waarschijnlijk goed thuis in onze markteconomie. En dat leidde tot de samenwerking van mijn eenmansbedrijfje met dat grote Russische nucleaire defensie-instituut.”

In 1989 werd een joint-venture opgericht. Het gezamenlijke bedrijf Energy Conversion Systems zou een cv-ketel gaan ontwikkelen die behalve warmte ook electriciteit levert. Het energiebedrijf Mega Limburg zag aanvankelijk wel brood in zo’n ketel, vertelt Wolff, zeker toen een technisch ontwikkelingskrediet werd toegezegd. Maar Mega Limburg vond bij nader inzien het economisch risico te groot. Wolff moest met slecht nieuws terug naar Obninsk. “Dat was even slikken. Zij redeneerden heel simpel: wij zorgen voor de ontwikkeling, jullie zorgen voor de financiering. Ik moest ze ervan overtuigen dat een joint-venture ook betekent dat je samen verantwoordelijk bent voor tegenvallers.”

De verschillende ideeën over verantwoordelijkheid leiden vaker tot misverstanden, vertelt Wolff smakelijk. “In het begin van de samenwerking wilde iedereen directeur worden. Men zag de Mercedessen al voorrijden. Maar we hebben snel duidelijk gemaakt dat de voordelen van het directeurschap gepaard gaan aan de risico’s van verantwoordelijkheid. Met als gevolg dat niemand meer baas wilde zijn.”

Het Wilde Oosten

Wolff merkt op dat zijn Russische gesprekspartners zeer behoedzaam zijn in hun samenwerking met buitenlandse ondernemers. “Ze zijn ontzettend bang om ingepakt te worden door westerse bedrijven. En niet geheel ten onrechte. Er lopen in Rusland veel avonturiers rond die snel winst willen maken. De industrie heeft er een gigantische capaciteit die grotendeels onbenut blijft en er zijn grondstofvoorraden die ingezet kunnen worden om werknemers aan de slag te houden. Rusland is een paradijs voor snelle handelaren die er de weg kennen, maar tot duurzame investeringen in de lokale industrie leidt deze uitverkoop niet.”

Ook in de contacten met Russische wetenschappers speelde argwaan aanvankelijk een rol. “Ik heb ze uitgenodigd om eens naar Eindhoven te komen,” vertelt Wolff. “Hier mochten ze alles zien waarvoor ze belangstelling toonden. Ik heb alle vragen zo eerlijk mogelijk beantwoord. Daar waren ze zeer verbaasd over. Andersom werd ik uitgenodigd om in hun instituten te komen kijken. Daarvoor hebben de betrokken onderzoekers behoorlijk hun nek uitgestoken, want zij kregen natuurlijk van hun omgeving te horen dat ik hun kennis kwam stelen. Maar het hele contact was gebaseerd op openheid en wederzijds vertrouwen. Die eerste kennismaking was een enorm positieve ervaring. Ik was zeer onder de indruk van hun kennis en hun bereidheid om ervaringen uit te wisselen.”

De kennismaking met het Institute of Physics and Power Engineering leidde al snel tot contacten met andere instituten die ook op zoek waren naar nieuwe bronnen van inkomsten. Geïmponeerd door de beschikbare kennis en het gebrek aan marktgerichtheid, besloot Wolff om samen met zakenpartner Willem Berends het bedrijf International Technology Exchange Support op te richten. IteXs assisteert Russische defensie-steden bij conversieprojecten en probeert westerse bedrijven te interesseren voor Russische kennis of techniek. Zo zoekt IteXs nieuwe toepassingen voor Russische vindingen en bemiddelt het transfer-bedrijf bij het uitbesteden van research aan Russische defensie-instituten.

Gouden Gids

Hoe kunnen Nederlandse bedrijven de juiste contacten leggen in het geweldige Russische defensie-spinneweb. “Daar is een simpele oplossing voor,” glimlacht Wolff. “In de Soviet Unie konden deze instituten alleen met elkaar communiceren via de officiële  verbindingen. Alles moest met toestemming van Moskou geregeld worden. Uiteraard leidde dat tot een informeel circuit waarmee de bureaucratie omzeild werd. In elk instituut is tenminste één persoon te vinden die officieuze contacten onderhoudt met andere instituten. Via het ‘old boys’ netwerk vond een levendige ruilhandel plaats. Deze verbindingsmannen zijn nog steeds actief en wij hebben daar via een tussenpersoon in Moskou goede contacten mee.”

De verbindingsman heeft zijn waarde inmiddels bewezen. IteXs vond via zijn gouden gids een leverancier van stabiele isotopen voor Nederlandse voedingonderzoekers. Philips Lighting heeft na bemiddeling van IteXs overeenkomst gesloten met het Russische defensiebedrijf Elvax dat ultrazuiver kwartszand levert. En Hoogovens werd in contact gebracht met een ruimtevaartinstituut in Moskou dat bij wijze van proef onderzoek mocht doen naar aluminium-legeringen. De resultaten vielen bij Hoogovens in goede aarde, vertelt Wolff, dus nu krijgt het instituut een omvangrijke vervolgopdracht.

Ook bij de Russische vestiging van Cyco was IteXs betrokken. Een verschil met de andere projecten is dat het Nederlandse softwarebedrijf werkelijk nieuwe werkgelegenheid creëert in Rusland. Naar verwachting zal Cyco Russia binnen enkele jaren vijftig programmeurs in dienst hebben. En daar hebben de defensiesteden met hun grote verborgen werkeloosheid dringend behoefte aan. 

Zakenzones

Om de werkeloosheid in de defensie-instituten op te lossen, hebben vier voormalige defensie-steden IteXs ingeschakeld ter assistentie bij de conversie van planeconomie naar markteconomie. Lodewijk Wolff is er vast van overtuigd dat de geheime steden een veel betere vestigingslokatie zijn voor westerse bedrijven dan bekende steden als Moskou en Petersburg. Hij somt drie doorslaggevende argumenten op: de goed geschoolde bevolking, de zelfverzorgende infrastructuur en de relatie met defensie die de georganiseerde misdaad buiten de deur kan houden. Bovendien zien lokale en geleidelijk ook hogere overheden goede mogelijkheden om in de science cities nieuwe business centers op te zetten. Dergelijke zaken-zones zouden een gunstige uitwerking op de omringende regio’s kunnen hebben.

Ook het westen heeft er belang bij om de voormalige defensie-wetenschappers aan het werk te houden, blijkt uit opmerkingen die Andrei Selounski maakt na een paar glazen wodka. Aan de eettafel van hotel Yubileinaya in Obninsk vertelt de Cyco Russia-directeur dat hij zich zorgen maakt over zijn oud-collega’s. “De geldstroom uit Moskou is voor 80% opgedroogd. Met de resterende budgetten en wat opdrachten uit het westen wordt een aantal onderzoekers aan het werk gehouden, maar nieuwe investeringen in apparatuur worden uitgesteld. Bovendien proberen heel veel onderzoekers wat bij te verdienen. Daarop is amper controle. Het verbaast mij dan ook niet dat er Russisch plutonium naar Duitsland gesmokkeld wordt.”